Home » 152. Dagbehandeling bij IvD deel 2

151. Dagbehandeling bij IvD deel 2

1

2

3

4
Helemaal links is Frans Versteden, in het midden broeder Celstinus (armen op de rug), naast hem rechts is Br. Jozefo en rechts is volgens mij mr. van Eijndhoven. (lees verder bij reactieblok).

5

6

7

8

9

10

Mijn dank aan Rene van der Veen

Reactie plaatsen

Reacties

Rene van der Veen
10 jaar geleden

Lezers en kijkers. foto 10 Okee dat betekent van de goed, genieten en tevreden OKEE!!!
GEESTELIJK ZORG.
Gezien de katholieke achtergrond van de organisatie wordt ook de geestelijk zorg niet vergeten. Hierbij gaat het om bovenbeschouwelijke vragen en ethische kwesties.
Een handicap kan zowel bij clienten, ouders en medeerkers indringende levensvragen oproepen. Ook de komst van allochtone clienten met een andere culturele en godsdienstige achtergrond, vraagt om een aangepaste benadering. Geestelijke zorg kan bij deze en vele andere vragen en problemen ondersteuning bieden. Pastores maken de vragen bespreekbaar tijdens bijvoorbeeld ouder- ontmoetingsen bezinningsdagen.
INRIJPENDE VERANDERINGEN.
Differentiatie, kleinere woonenheden, individuele aandacht, omvorming van internaten tot orthopedagogische behandelcentra... Dat zijn enkele belangrijke ontwikkelingen in de zorg van de jaren 1950 tot 1990 in een notendop. Toch zijn we er dan nog niet. Vanaf het midden van de jaren 1990 voltrokken zich enkele inrijpende veranderingen binnen de zorg, die sterk met elkaar samenhangen. Kernbegrippen van deze wijzigingen zijn; vraaggestuurde zorg, thuisnabije zorg, zorg op maat, regulier wat kan, spreiding en samenwerking met andere instellingen. 'De zorginstellingen ervaren deze ontwikkelingen niet als bedreiging, maar eerder als uitdaging'. aldus het jaarverslag van de stichting zorginstellingen Mgr Terwindt over 1995.
We kunnen zien dat de hulpvrager in het maatshappelijk denken steeds meer centraal komt te staan, iets wat bij ons altijd al het uitgangspunt is geweest'.
Onder invloed van maatschappelijke veranderingen kwam de nadruk steeds meer te liggen op ' vraaggestuurde zorg'
Door nieuwe wetgeving kregen clienten meer inspraakmogelijkheden. De zorgvraag van de client stond centraal, niet het aanbod van de instellingen.
Net als de Mgr Terwindtstichting liet ook het Instituut voor Doven zich niet onbetuigd als het ging om de vernieuwing van de zorg. In het kader van het Ontwikkelingsplan IVD 2000 schreef de Raad van Bestuur in het jaar verslag van 1995. 'Een van de achtergronden van de orientatie op de toekomst is het veranderd denken over rechten, plichten en behandeling van gehandicapten. Niet meer de handicap als zodanig is bepalend voor het zorgaanbod maar het zorgaanbod dient aan te sluiten bij de belemmering, de bespreking die de handicap met zich
meebrengt. Dus regulier wat kan, speciaal wat moet.' Verder signaleerde het bestuur de wens van ouders en familieleden om clienten in hun eigen woonomgeving op te leiden en te behandelen. 'De clienten zullen dus in toenemende mate integreren in de reguliere voorzieningen ondersteund door ambulante begeleiding vanuit gespecialiseerde centra'
In het laatste hoofdstuk van dit boek komen deze en andere veranderingen uitvoeriger aan bod.
Rene van der Veen.

Rene van der Veen
10 jaar geleden

Lezers en Kijkers foto 9. Ach!!! dat vind ik nog akelig om te zien, dat zou ik helemaal niet in mijn het gebruik nemen.
hier vertel ik mij zelf over CI dat ik de kopieren het bladen van mijn speciaal KNO arts.heb gekregen dat wat er op het blad staat. OOR. bevat in 10 verschillende soorten zijn;
1, gehoorgang, 2. trommelvlies, 3. hamer, 4. aanbeeld.
5. stijgbeugel, 6. middenoor, 7. evenwichtorgaan. 8. buis van Eustachius, 9. slakkenhuis en 10. gehoorzenuw.
DOOFHEID:
Je bent doof, als je niets kunt horen of niet genoeg om via geluid te kunnen communiceren.Slechts 10 procent van de doven hoort echt helemaal niets, de overige 50 procent hoort wel hele harde,m hoge en lage tonen, maar niet genoeg om te horen verstaan, wat iemand zegt. De oorzaak van doofheid is lang niet altijd te achterhalen.
Soms wordt het al veroorzaakt tijdens de zwangerschap, bijvoorbeeld door een virus. Bij kleine kinderen speelt middenoorontsteking of hersenvliesontsteking soms een rol. De belangerijkste oorzaken voor gehoorstoornissen bij vol-
wassen zijn otoselerose (verbening van delen van het midden en binnenoor), lawaai, de ziekte van meniere een ongeval, vergifting of ouderdom.
Iemanddie al vanaf de geboorte doof is of dat voor het derde jaar is geworden, heeft vaak ook spraakproblemen; de spraak heeft zich dan niet goed kunnen ontwikkelen. Bij jonge kinderen zal de audioloog spelletjes doen met het kind en onderttussen nagaan welke geluiden het kind hoort.
Bij oudere kinderen en volwassen wordt een audiogram gemaakt. Hierbij krijg je via een koptelefoon verschillende tonen of gesproken woorden te horen, Zodra je iets hoort, moet je dit aangeven. Somminge mensen die doof zijn kunnen geluiden horen, als de gehoorzenuw elektrisch geprikkelld wordt. Dit gebeurt met een COCHLEARIE IMPLANT ( CI ) of slakkenhuisimplant. Deze wordt operatief ingebracht.
De CI bestaat onder andere uit elektroden en een ontvanger.
De ontvanger wordt vastgezet in het bot achter het oor.
( VLAKBJ VAN HET GEHOORZENUW) .
Een omvormer zet geluiden om in een soort radiosignaal, dat via een draadje naar een spoeltje achter het oor wordt geleid. Het signaal gaat vervolgens door de huid heen naar de onntvanger, en via de elektroden naar de hersenen. In de hersenen worden de implusen op hun beurt tot een geluidssennsatie verwerkt. De Ci is niet voor alle doven geschikt, Wanneer je nog wat hoort, kun je beter een gewoon gehoorapparaat gebruiken.
OORSUIZEN:
Het was zeer onaangenaam van het gevoel aan de oorsuizen
Hoe onstaat het? (artsennet)
Over de oorzaak van oorsuizen bestaat nog veel onduidelijk-
heid. Gedacht wordt dat gehoorcellen (zenuwcellen) in het binnenoor een rol spelen. Door bescheidiging van een gehoorcel kan deze geluidsprikkels naar de hersen sturen. Daarrdoor hoort iemand een geluid dat er in werkelijkheid niet is en door anderen niet te horen is. Vermoedelijk oorzaken van beschadiging van een gehoorcel zijn langdurig oorontstekinng, ontsteking van de gehoorcellen, beschadig-
ing door lawaai ( ontploffing, discotheek of door een ongeval
(bijvoorbeeld beschadiging van de schedelbasis) tijdelijk oorsuizen kan ook ontstaan als bijwerking van bepaalde
medicijnen (bijvoorbeeld aspirine). Soms wordt het geluid veroorrzaakt door bloed dat door een vernauwd bloedvat stroomt Iemand hoort dan als het ware de bloedstroom op de maat van de hartslag door zijn hoofd suizen.
WAT IS OORSUIZEN?
Onder oorsuizen (Tinnitus) verstaat men het horen in het hoofd van geluiden die niet van buiten af komen. alle vormen vn geluid werden beschreven, van windgeruis tot gierende fluitketels, bellen, brommen, fluiters, rinkelen en straaljagers toe. Vrijwel iedereen heeft wel eens kortdurend laast gehad van oorsuizen. Bij somminge is oorsuizen bijna continu aanwezig en dermate hinderlijk dat men in de dagelijkse bezighouden belemmerd wordt, wat de oorzaak van oorsuizen is, blijft meestal onbekend. Oorsuizen begint meesstal van 45ste en 60ste levensjaar en kan zeer langdurig en soms levenslang aanwezig zijn.
WAT IS ER TEGEN TE DOEN?
Bij chronische tinnitus kan goed aangepast hoortoestel het gehoor instellen op ander geluid. Een tinnitus maskeer-
apparaat produceert een masterend geluid dat het gesuis of gepiep wegdrukt. Helaas is er een geen geneesmiddel tegen oorsuizen. De succes vollste therapie richt zich op de kracht enn aanpassingsvermogen van de menselijke geest. Met Behulp van psychotherapie kunnen de meeste tinnituspatienten mmet hun kwaal leren omgaan.
De Tijdens van het onderzoek van het wettelijkschappelijk van het gezondheid uit universteit verwachten het komende jarren veel mensen hun het gehoor van het geluiden zeer sleccht en naderhand langzaamerhand naar de doofheid. En ook vooral de oorsuizen tellen ook mee, doordat nu er overal tegenwoordig te veel lawaai door de muziek, discotheek, enzv. Ook heel voorzichtig voor de kinderen dat ze maken ook veel lawaai waaronder ze de televisie zo meermalen hebben gebruikt door de leidingen.
Verder wie het gehoorapparaat in bezit in 5 jaar of iets langer die wordt vervangd naar de nieuwe gehoorapparaat. dan per 11 Jaanuari 2012 het kosten van de gehoorapparaat dat moet de 1/4 deel (bijdrage) van het gehoorapparaat plus de eigen risico (nog open staat ) totaal zelf betalen.
CI = COCHLEAIRE IMPLANT.
Door de Viataal (voorheen van Instituut voor Doven) heeft ingeschreven.
Sinds de jaren 1980 biedt de organistatie ondersteuning en begeleiding bij het gebruik van cochleair implantaat (CI)
Het CI is een elektronische hoorprothese waarvan het inwendige deel (bestaande uit elektrodes) tijdens een operatie in het slakkenhuis wordt aangebracht. Het uitwendig deel ziet er uit als een hoorapparaat met een zendertje.
Het geluid wordt via een microfoon opgevangen en door-
gegeven aan de elektrodes in het binnenoor.
De elektrodes prikkelen de gehoorzenuw. Somminge dove mensen zijn met een dergelijk implantaat in staat een geluiden en spraak waar te nemen. Uit onderzoek blijkt dat voooral mensen die ooit gehoord hebben (maar bijvoorbeeld door een hersenvliesontsteking op jonge leeftijd doof zijn geworden) het meeste baat hebben bij het apparaat. Ook blijkt dat het inbrengen van een CI op zeer jonge leeftijd de kans op taalverwerving vergroot.
Wordt Vervolgd. Rene van der Veen.

Rene van der Veen
10 jaar geleden

Lezers en kijkers. Foto 6 Vroegbehandelingvoor de dove kinderen in 1996 in Nijmegen.
ZORGVERNIEUWING BIJ MTW.
DE Mgr Terwindtstichting speelde een rol bij zorgvernieuw-ingen in de jaren 1980 en 1990 . Eind jaren 1980 werd duidelijk dat er voor jongeren onder dan 20 jaar geen goede opvangmogelijkheden waren. Er ontstonden groter problemen doordat ze bij het verlaten van de (V)SO-school ook de leefgroep mensen verlaten.
Dit resulteerde in 1992 tot de start van de 'Verlengde Zorg'.\, waar jongens tot 24 jaar terecht konden. Ze werden met speciale programma's begeleid op weg naar een meer zelfstandiger leven. Deze nieuwe zorgvorm bleek een zodanig succes, dat na twee jaar enkele jongeren die aan het programma meewerkten zich verder konden vanzelf-standigen in de zogenoemde 'Fasehuis'. Dit huis vormt ons overgang tussen een leven in de instelling en een leven in de maatschappij. In dit huis is de groepsleiding nog slechts op de achtergrond aanwezig. Van 24-uurs begeleiding is geen sprake meer; de begeleiders laten veel initiatieven over aan de jongeren zelf.
In het Fasehuis wordt veel aandacht aan sociale vaardigheden. Ook kunnen de begeleiders (afhankelijk van de persoonlijke behoefte) aandacht besteden aan bijvoorbeeld het klaarmaken van een maaltiijden de samen-
werking met andere bewoners.
Als een van de eerste organisaties in Nederland richtte MTW zich op de omvorming van de zorginstellingen tot orthopeda-
gogische behandelcentra. Nieuwe zorgvormen traden op de voorgoed, zoals vroegbehandeling (voor kinderen van 0 tot 5 jaar:, dagbehandeling (een naschoolse intensieve vorm van begeleiding naar kinderen van 5 tot 15 jaar) en deelbehandeling (voor kinderen en jongeren van 4 tot met 18 jaaar met sociale-emotionele of gedragsproblemen.
Foto 7 Dagbehandeling op De Wylerberg in Groesbeek 1996.
In 1992 ging de MTw-stichting met dagbehandeling voor meervvoudig gehandicapten van start op de Wylerberg, terwijl de aactiviteit in 1994 verhuisde naar De Open Cirkel aan de Slotemaker de Bruineweg in Nijmegen. Deze nieuwe kwestie gaf de mogelijkheid tot verdere uitbreiding van diverse zorgvormmen. Ook het Fasehuis kreeg hier een nieuw onderkommen.
MOEILIJKER TE BEGELEIDEN.
Wat wij hier in de jaren 1970 deden, was eigenlijk veredeld recreatief werk'. vertelt groepshoofd Peter Mulders van Huize Maartinus van Beek in het MTW jaarverslag van 1994.'Veel vann dde kinderen die in die tijd bij ons kwamen, zouden nu gewoon op een reguliere school funtioneren. Alleen de reis-
afstand thuis school was het probleem. De kinderen die nu Huize Martinus van Beek vevolken, hebben naast auditieve problemen ook te kampen met spraak - en taalmoeilijkheden. Doordat de kinderen zich moeilijk kunnen uiten, zijn vaak allerlei sociale emotionele problemen ontstaan. Wat daar nog bij komt,is dat we nu veel jongeren krijgen die 16 jaar of ouder zijn. Die zijn moeilijker te begeleiden. Ze hebben al zo'n lange weg afgelegd waarin veel is misgegaan. Dit stelde zwaardder eisen aan de groepsleiding toch geeft dit alles ons een dynamisch gevoekl. De nieuwe zorgvormen zijn ideaal. Wij kunnen de jongeren nu gerichter behandelen. Ook voor veel ouders is het een opluchting dat hun kind nu geholpen kan worden'.
Fot0 8 Verandering van populatie kinderen met ernstige spraaktaal Moeilijkheden op Rafael 1993
VERANDERING VAN POPULATIE.
Stilletjes aan voltrok zich op de achtergrond een ontwikkeling mett verreikende gevolgen langzaam maar zeer zeker veranderde de populatie van de internaten. Van deze verschuiviing was zowel bij het de Mgr Terwindstichting als bij Instituut voor Doven sprake, met name vanaf de jaren 1980. Wat was het geval? Het aantal 'gewone' dove kinderen een slechthorende kinderen dat op de internaten verbleef, werrdminder, terwijl het aantal kinderen met een meervoudigee bespreking steeg. De belangrijkste oorzaak
hieervaan was dat er meer mogelijkheden kwamen voor
'thuisnabije zorg' en het volgen van onderwijs op een regulier
school in de buurt. Deze ontwikkeling versterkt doordat er meeer geld kwam voor vervoer, zodat kinderen na school meet eeenn taxi of bus naar huis werden gebracht )als ze niet aal te ver weg woonden). Ze hoefden dus niet meer op een intternaat te verblijven.
Tekenend xijn de volgende cijfers. In 1978 verbleven op het IVD bijna 500 leerlingen in een internaat, terwijl slechts 13 'exttern' woonden. Tien jaar later was het aantal interne schooolggaande leerlingen af gedaald tot 311, tegen 88 externne kkinnderen en 56 leerlingen in de ambulante begeleidding. In 1998 was de situatie vrijwel in evenwicht; 1644 internen en 158 externen, daarnaast had het IVD 103 leeerlingeen in ambulante begeleiding
Ook de getallen over de instroom van clienten met een meervoudige bepreking spreken boekdelen. In twintig jaar tijd ttradd er een enorme verschuiving op. In 1976 was 70% van dde populatie doof en 30% meervoudige gehandicapt.
In 1988 was de situatie nagenoeg omgekeerd; 35% doven en 65% meervoudig gehandicapten. Deze trend zette zich nogg verder door, want in 1998 was 83% van de populatie meeervoouddig beperkt. Tegenwoordig is van de ongeveer
2,350 clienten slechts een klein deel alleen doof of slechthorend. Bij de anderen is sprake van een meervoudig
bespreking.
NAZORG EN MAATSCHAPPELIJK WERK
DE zorg bleef niet beperkt tot wonen, werken en vrijetijds-
besteding. Ook wanneer leerlingen eenmaal de instellingen hadden verlaten, bleef er regelmatig contact bestaan. Dit gebeurde sinds in 1946 door nazorg, waaruit later de dienst Maatschappelijk Werk ontstond
Na hun schoolperiode gingen vroeger de meeste leerlingen weer terug naar hun ouders, of er bouwden een zelfstandig bestaan op. Nadat ze vanaf hun kindertijd in de relatief beschermende instituutsomgeving waren opgegroeid, stondenn de schoolverlaters opeens in de vrij onbekende, horende wereld. Het Instituut voor Doven en de Mgr Terwindt
stichting voelden zich verantwoordelijk voor deze oud-leerlingeen. 'Uit het oog, uit het hart' is dan ook een uitdrukking die niet van toepassing was
Van oudsher onderhielden de instellingen een band met oud-leerlingen en voormalige clienten, In het jaarverslag over 19588 van het Instituut voor Doven stat dat de nazorg vooral bedoeld was om oud-leerlingen te helpen bij hun maatschappelijke integratie. De nazorg werd beschouwd als een gespecialiseerde vorm van maatschappelijk werk. Naast ondersteuning aan oud-leerling werd er ook voorlichting gegeven aan horenden over de gevolgen en beperkingen van doofheid. Deze voorlichting was erop gericht allerlei voor-
oordelen over doofheid weg te nemen. Doven zouden op die manier eerder worden geaccepteerd en beter integreren in de horende wereld. 'Het kost vaak veel overredingskracht en
doorzettingsvermogen van de maatschappelijk werkster, aldus het jaarverslag, ' wanneer een oud-leerling een nieuwe vorm van werk, van vak of beroep wil, van medewerking te krijjgen van betreffende personen. Gelukkig mogen we zeggen dat er zeer grote medewerking en een echt sociale belangstelling is van de kant van de werkgevers. Moeilijker ligt soms de ingroei en de opneming in het ontspanningmilieu
Men schrikt er oms nog voor terug doven op te nemen in sportclubs, jongerenorganisaties, vriendenkringen, etc'.
Nazorg en maatschappelijk werk bestond uit gesprekken, bezoeken, het geven van raad, het bieden van een luiste-
rend oor en het houden van reunies. Zo werd niet allleen de integratie bevorderd, maar ook het isolement en de eenzaam-
heid doorbroken waarin sommingen zich bevonden.
Het maatschappelijk werk richtte zich niet alleen op oud- leerlingen. Ook de ouders kwamen aan bod.
De maatschappelijk werker vormde voor velen een steun bij het omgaan met de bespreking van hun zoon of dochter.
Wordt Vervolgd. Rene van der Veen.





Jan Keizer
10 jaar geleden

Bij foto 4 staat volgens mij verkeerde regel: De jongens maken een uitstapje, dat klopt niet, want ik zie een paar busreizigers met koffers!??? Vroeger nam ik nooit een grote koffer voor een uitstapje of schoolreisje! Het is mogelijk dat de bus deze jongens gaat wegbrengen naar het station...

Jan Keizer

Rene van der Veen
10 jaar geleden

Lezers en kijkers. Foto 1 en 2 Dagprogramma en zelfstanding voor dove volwassen in 1996
ZINVOLLE DAGBESTEDING.
Werk verschaft veel voldoening en draagt bij aan de kwaliteit van leven. Het biedt een zelfstandig bestaan en een plekje in de maatschappij. En ook niet onbelangerijk; het levert geld op. Vanaf het prille begin in de 19de eeuw besteedde het Instituut voor Doven aandacht aan werk voor dove leerlingen. Dat werk bestond uit huishoudelijke taken, werken in de drukkerij, het maken van hosties, het repareren van schoenen en het naaien van kleren. Lange tijd waren dat zo'n beetje de enige mogelijkheden. Later kwamen daar de sociale werkplaatsen bij.
Sinds 1993 kunnen volwassen doven met een meervoudige handicap terecht bij De Trep. Hier kunnen ze een dagprogramma volgen. Uitgangspunt is dat iedereen recht heeft op dagbesteding, uitgaande van de mogelijkheden, interesses en wensen van de client.
Het programma bestaat onder meer uit (banket)bakken en koken, industrieelwerk, kaarsen maken en verkopen in de winkel, textiele werkvormen, houtwerkplaats (onder andere tuinmeubelen) en dramatische expressie. Ook werken in de tuin, muzieken dans, en schilderen en keramiek behoren tot de mogelijkheden.
In 1998 wijdde De Vriend een artikelserie aan De Trep, waarin elk van deze programma.s aan bod kwam. Therapeut Bert Martin gaf een toelichting over industrieel werk. Hij geeft een inkijkje in de filosofie van het dagprogramma; 'De deelnemers die hier komen hebben veel last van faalangst en onzekerheid. Het is mijn taak hen te observeren te begeleiden, en daarnaast activiteiten aan te bieden en hulpmiddelen te ontwikkelen. Het gaat bij industrieel werk niet aan het werk zelf, maar van de functie die dit werk heeft voor de deelnemers. De deelnemers worden dus niet aangesproken op de kwaliteit of kwantiteit van de geleverde arbeid en er wordt geen druk op hen uitgeoefend om te presteren. De arbeidsmatige industrieele activiteiten zijn bedoeld als betekenisvolle dagbesteding. Ze bieden de deelnemers structuur en rust.
De deelnemers krijgen hierdoor weer vertrouwen in eigen kunnen en meer grip op het eigen handelen'.
Foto 3 en 4 Carnavalfeest, Avontuur van de verkennerij en uitstapje waar stond Br Jezefo dat dacht hij van wel over de vrije tijd het verschil van nu en in 1934 ?????
VRIJE TIJD.
Net als het internaatsleven, was ook de vrijetijdbesteding lange tijd sterk groepsgericht. Sport en spel, evenals culturele en religieuze vorming voerden daarbij de boventoon. Hoogtepunten van het jaar waren feesten (zoals het diesfeest, religieuze feesten en carnaval) en uitstapjes in binnen of buitenland (bijvoorbeeld bedevaarten, fiets en wandeltochten) Opvoeding en vrijtijdsbesteding stonden in het teken van integratie in de horende maatschappij
Voor de jongens werd er in 1949 een verkennersgroep opgericht. Dit was de eerste activiteit binnen het Instituut voor Doven waarbij de leerlingen een betrekkelijke zelfstandigheid kregen. Het is niet verwonderlijk dat de verkennerij bij een grote groep jongens aansloeg en tot de verbeelding sprak. Alhoewel het hierarchisch was georganiseerd, betekende het toch een omgekende vrijheid. Het volgende citaat uit een van de jaarverslagen geeft een aardig inkijkje in het vroegere leven op het internaat en de betekenis van de verkennerij. 'In die tijd (1949) bestond het internaat uit enkele groepen van 60 tot 70 jongens, waarbij een strakke leiding noding was. De jongens gingen in de rij naar school, ze gingen in de rij wandelen, in de rij naar de eetzaal, slaapzaal,kapel enz enz. De praktijk van het verkennen was heel anders. De groep bestond uit 20 tot 24 jongens, die in patrouilles van 5 0f 6 verkenners waren ingedeeld. Elke patrouille had een zelf gekozen patrouilleleider en deze koos zijn assistent. Er was binnen de groep dus een zekere mate van zelfbestuur, iets dat in het grote internaat niet gepraktizeerd werd of kon worden.
De verkennerspatrouilles trokken er alleen op uit en opereerden dus als tamelijk zelfstandige een heden.
Op deze wijze konden de jongens tot een zekere mate van zelfstandigheid komen en hiervoor was een grotere vrijheid nodig. Aan al deze zaken moest men langzaamerhand wennen en alles moest geleidelijk en met veel overleg gebeuren. Er moest een burg geslagen worden tussen het strakke systeem, waaraan de jongens van het internaat gewend waren, en de groter mate van vrijheid binnen het verkennen. Dit was geen eenvoudige opgave'
Na een 22 jarig bestaan kwam in 1971 aan de verkenner-groep van het Instituut voor Doven een einde. De reden daarvoor was dat de belangstelling onder de jongens sterk afnam. In het internaat werd steeds meer aandacht besteed aan sport als vrijetijdbeoefening.
Vooral voetbal bleek erg populair. Sporten en verkennen ging niet samen, want het moest gebeuren op de vrije woensdagmiddag. Ook het strenge regime van de internaat werd gaandeweg versoepeld en aangepast aan de vrijere tijdgeest. Doordat de leerlingen bovendien steeds meer mogelijkheden kregen om tijdens de weekenden naar huis te gaan. werd het bestaansrecht van de verkennerij verder aangetast. Invoering van de vrije zaterdag )waardoor de vrije woensdagmiddag verviel) deed de verkennerij tenslotte de das om.
Directeur Van Eijndhoven gaf in 1969 de richting aan het Instituut voor Doven op het gebied van vrijetijdsbesteding zou bewandelen. Hij benadrukte het nut van een zinvolle vrijetijdsbesteding voor de persoonlijke ontwikkeling van de leerlingen. "Er moet voldoende gelegenheid zijn voor sport, hobbies, kunstelen, tuinieren, etc. Het veel ervaring opdoen met dingen en situaties is immers voor dove kinderen uitrest belangrijk, omdat ze uiteraard minder hints krijgen vanuit de taal. Bovendien leert men het kind bij ht aanleren van allerlei vaardigheden beter kennen van persoonelijkheid, zijn gegrenzingen en zijn mogelijkheden. Tevens kunnen deze activiteiten soms therapeutisch werken. Grotere activiteit heeft bovendien zijn weerslag op lichaamelijk gebied; een goede lichaamelijke conditie.
Werkloos rondhangen is ook niet bevordelijk voor psychiesh evenwicht.'
Geheel in overeenstemming met de tijdgeest werd de vrijetijdsbesteding in de jaren 1980 en 1990 steeds
individueler, Clienten wilden zelf kiezen of ze gingen sporten, lezen, televisekijken, computeren ' of wat dan ook. Groepsactiviteiten bleven bestaan, maar hadden een minder verplichtend karakter. De activiteiten stonden in het teken van ontspanning van genieten, van gelukkig zijn. Binnen en buiten de instellingen ontstonden mogelijkheden voor recreatie 'op maat'. Zo kunnen tegenwording clienten met een meervoudige bepreking genieten van de kinderboerderij, een winkel met koffiehoek, een bewonerscafe, sjoelen, bingo en zwemmen. Leerlingen van het basis en voortgezet onderwijs kunnen hun vrije tijd zinvol besteden in het 'Doehuis'. Samen koken, 'computeren'. muziek, wandelen, fitness, drama en het volgen van curcussen behoren tot de mogelijkheden.
Foto 5, NAAR OEBELE.
'Voor 37 kinderen van ons instituut is zaterdag 1 Maart een onvergetelijke dag geworden!. aldus De Vriend van Maart 1969. De kinderen traden op in het populaire tv-programma Oebele van de KRO in het midden van de foto de acteurs Wieteke van Dort en Willem Nijholt.
Wordt Vervolgd. Rene van der Veen.

Maak een Gratis Website met JouwWeb