Home » 159. Oprichting en groei van de Mgr Terwindtstichting (deel 1)

159. Oprichting en groei van de Mgr Terwindtstichting (deel 1)

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

Mijn dank aan Rene van der Veen

 

Reactie plaatsen

Reacties

Jan Theus
10 maanden geleden

Door de van Rossems kwam ik terug in de tijd. Ze bezochten onlangs Nijmegen en tot mijn verbazing ook Huize de Wylerberg. Ik heb er in de jaren zeventig zo'n vijf jaren gewerkt. Het was een enerverende tijd waar ik met weemoed aan terug denk. Ik hhoorde van de van Rossems over Marie Schuster die de villa in 1920 liet bouwen. Ze vertelden over de geschiedenis in de oorlog en over de concerten en exposities die er tegenwoordig plaatsvinden. De villa is een Rijksmonument dat je op bepaalde dagen kunt bezoeken. Deze zomer zal ik daar gebruik van maken.

ria schoonenberg
8 maanden geleden

Heb hier van 1972 tot 1974 gewerkt in groep 5. Zou het leuk vinden om nog iets van bewoners of leiding te horen.

de wit
8 jaar geleden

hoi ik Dick ja ik heb daar ook gewoond in groep 3 het vogelnest en in groep 5 het boswachtershuisje mooi was die tijd ik ken iedereen daar nog zou de tijd nog wel terug willen
groep 3 Gerard Thea nel Hetty
groep 5 boswachtershuisje
Henk smith Ineke hartog frank jonsma
ja ik ken ze nog en al die kinderen ja zijn nu wel groot geworden ik zelf ben nu al 53
ik zat er van me 7 de tot 15 jaar
je kan me wel mailen me mail is smoky2000pi@hotmail.com

Peter Tervelde
9 jaar geleden

Hallo, Ik ben Peter Tervelde en ik kwam naar De Wylerberg op 28 febrauri 1968 tot met 1 juli 1980.
Ik ken Gerda Spit en Henk Smit het ook.
Ik heb ook in de groep 1 , 2, 3, 4 en 5
gezet en van 1978 tot met 1980 heb ik ook
in het "Boswachtershuisje " bij groeep 5 met Henk, Gerard, Frank, Ineke en Marian en deze mensen waren de groepsleiding.
Groeten , Peter Tervelde.

Chris de Kok
9 jaar geleden

hallo ik ben chris de kok uit den haag ik was op de wylerberg uit 14 april 1966 op de wylerberg en school gezeten en bewoner,lang geleden ik kent wel gerda spitie
rm meneer henk smit was hoofdsgroepsleiding op groep 5 ik was vroeger erg jong groep bij vogelnest gewoont
ik was ook groep 4 en groep 5 enik was kleine jongens groep 2 (vogelnest,

gr van chris de kok
chrs.dekok@gmail.com

michel scheffer
9 jaar geleden


hallo ik ben michel en ik woont vroeger in 1978 tm 1988 in wylerberg ik was gr 4 en later ook gr 5 gezeten en ik wil graag oude foto's van 1978 tm 1988 en ik ben al 44 jaar en ik ben slechthoren en ik was mijn oude naam michel de swart en toen ik nieuwe naam in 1989 heten nu michel scheffer en gr van michel scheffer

Rene van der Veen
9 jaar geleden

Lezers en kijkers. Foto's 6 - 7 en 8.
VOORZICHTIG BEGIN.
Terwijl het landhuis nog werd opgeknapt, startte een sollicitatieprocedure voor nieuw personnel. Huize De Wylerberg kreeg in eerste instantie vier klaslokalen en vier groepsverblijven. Er bestond daardoor behoefte aan vier onderwijzeressen, vier klasse-assistenten, een logopediste en een gym-leraar. Verder waren er nog per groep twee leidsters nodig voor de opvang van de kinderen tijdens hun vrije tijd. In de personeelsadvertenties stond als aanvangsdatum 15 November 1966.
Aan het einde van dat jaar waren 12 kinderen aangemeld. De Mgr Terwindtstichting ging bescheiden van start.
Kort na de officiele oprichting in Januari 1967 verscheen de eerste wervingsfolder. Hierin stond dat De Wylerberg plaats kon bieden aan 40' internen' in het internaat en nog eens 6 extra 'externe' kinderen op de school. In aanmerking kwamen slechthorende kinderen met oog een andere handicap, bijvoorbeeld slechthorende kinderen met leer- of gedragsmoeilijkheden. Kinderen dus, die op regluliere scholen voor slechthorenden en doven niet goed tot ontwikkeling konden komen.
De toelating tot De Wylerberg werd beoordeeld door de directrice, in nauwe samenwerking met het universitair audioloigisch centrum in Nijmegen.
De kinderen kregen intensieve en deskundige ondersteuning. Het accent lag op leerbegeleiding en een orthopedagogisch aanpak. Onderwijs en verblijf in het internaat vormden een hechte eenheid. In de eerste folder staat daarover; omdat de gestelde taak als een eenheid wordt gezien en ook het kind behoefte heeft aan een duidelijk lijn in de totaliteit van de opvang, hebben wij ernaar gestreefd zowel de pedagogische als ook de schoolse begeleiding onder een centrale leiding te plaatsen. De directrice is derhalve tevens hoofd van de school. De kinderen hoefden niet onafgebroken in het nieuwe instituut te blijven. De vakanties konden ze in het eigen gezin doorbrengen, terwijl het in overleg met ouders of voogden ook mogelijk was een weekendregeling te treffen. De kinderen leerden, woonden en leefden in De Wylerberg school en internaat zaten onder een dak. De klaslokalen bevonden zich aanvankelijk op de begane grond en in het nabijgelegen 'boswachtershuisje'. Op de bovenverdiepingen waren de groeps- en slaapverblijven. Iedere groep bestond uit ongeveer 8 leerlingen. De muziekzaal was in gebruik als ontspanningsruimte, waar de kinderen 's avonds tv konden kijken. In deze grote zaal vonden ook feesten en uitvoeringen plaats. En iedere Zondags was er een eucharistieviering.
De Verwervingsfolde deed blijkbaar goede diensten, want het aantal kinderen groeide in het eerste jaal al zo sterk dat in 1968 het landhuis te klein was voor de dubbele 'school/woonfunctie' In April 1968 verhuisde de school naar de voormalige jongensschool 'Sint Jozef' in Beek, gevestigd op De Geest. Deze nieuwe instelling voor speciaal onderwijs zou beter bekend worden onde de naam 'Mgr Terwindtschool"
In het landhuis op de berg? Dt bleef dienst doen als internaat. Het kreeg de naam 'De Wylerberg' instituut voor meervoudig gestoorde slechthorende kinderen'.
Foto 9 en 10 SLANK.
De Wylerberg was gehuisvest in een villa die op een berg stond. Het was klein en behelpen van alle kanten. Toen ik als groepsleidster begon waren en enkele leefgroepen in het huis die allemaal op de eerste verdieping woonden. In het begin werden de leefgroepen 's morgens nog gebruikt als leslokaal omdat er nog geen apart schoolgebouw was. De grote zaal op de begane grond werd 's avonds gebruikt als ontspanningruimte. Een deel van deze ruimte werd ook nog gebruikt als kantoor. Het was er heel gemoedelijk. Je zat wel op elkaars lip en je kende iedereen door en door.
Dit kwam door de gezamelijke pauzes, de afwas die je samen 's ochtends, 's middags en 's avonds deed en de slaapdiensten. De groepsleiding was een hechte familie.
Je had met z'n tweeen slaapdienst voor alle viertig kinderen. De kinderen sliepen op slaapzalen waar soms wel twaalf bedden stonden. Omdat het huis en hokkerig was, sliepen er ook kinderen op verschillende (tussen) verdiepingen en kleiner kamertjes met stapelbedden.
Elke slaapzaal of kamertje had een intercomverbinding. De jongere kinderen sliepen op de tweede verdieping waar de slaapdienst verbleef.
Als je in de winter slaapdienst had, was het altijd maar afwachten of collega's 's je konden aflossen, Want soms konden ze vanwege de gladheid de berg niet opkomen. Als dat gebeurde, dan had je de verantwoordelijkheid voor alle kinderen die je op tijd moest wekken, kleden en ontbijt moest geven voordat ze naar school gingen. Dat was een op en neer gevlieg van boven naar beneden en terug eerst kinderen allemaal wekken, uitleggen dat het gld is en dat de groepsleiding later komt, terug naar boven om de jongsten te helpen met aankleden, af en toe kijken hoe het met de anderen gaat, gezamelijk ontbijten, kortom een hectiek van jewelste.
Als je dan eindelijk zover was en je de kinderen beneden aan de berg naar de bus had gebracht, dan kon je weer de berg op, naar de slaapzalen boven om de was beneden naar de kelder te brengen. Een flink heen en weer geren, maar je bleef er wel slank bij!.
Gerda Spit. interview 2002.
POSTITIEVE SFEER.
Aan de geografische betekenis van deze naam is in de loop der jaren een Dimensie toegevoegd. De naam wijst niet uitsluitend mer naar een bepaalde locatie in het Rijk van Nijmegen. Jij vertegenwoordigt thans ook een filosolie omtrent de behandeling en begeleiding van een groep kinderen en jonge mensen. Vanuit een grote betrokkenheid werd en wordt de 'De Wylerberg' op een Professionele manier gewerkt aan een zo goed mogelijke toekomst van de kinderen en jongeren. Dankzij ook de betrokkenheid van de medewerkers op elkaar heeft er altijd een positieve sfeer geheerst die zo eigen was voor De Wylerberg'.
Henk Smit. in Windt-wijzer.
Wordt vervolgd naar 2e deel. Rene van der Veen.

Rene van der Veen
9 jaar geleden

Lezers en Kijkers. NAAR HET RIJK VAN NIJMEGEN.
foto 1. Landhuis De Wylerberg in Beek-Ubberbergen.
Op 23 Februari 1966 werd de Mgr Terwindtstichting in Nijmegen opgericht voor de ondersteuning van 'meervoudig gestoorde slechthorende kinderen'.
In de loop ter tijd groeide deze stichting uit tot een organistatie met diverse scholen en zorgcentra voor eeb brede doelgroep. De instelling kenmerkte zich door een kleinschalig karakter en een sterk op het individuele kind gerichte ondersteuning.
De voortschrijdende techniek maakte het na 1945 mogelijk om beter onderscheid te maken tussen dove en zware slechthorende kinderen op het Instituut voor Doven. Een belangerijke pionier op dit gebied was Jaap Groen, een geleerde van de universteit van Utrecht.
Hij was de grondligger van het audiologisch centrum van Nederland. Eind jaren 1940 bouwde Groen de eerste audiometer voor het instituut. Hij begon met het 'audiometreren' van kinderen en paste hoorapparatuur aan. Aan de hand van zijn onderzoek kwam hij tot de bevinding dat enkele kinderen op het instituut die voorheen als 'doof' werden bestempeld, eigenlijk 'zwaar slechthorend' waren. Hij gaf de aanbeveling om voor deze kinderen aparte scholen op te richten.
Dat idee viel bij de toenmalige directeur van het instituut, Mgr Van Overbeek, in goede aarde. Er bestonden welis-
waar al openbare, maar nog geen katholieke scholen voor slechthorende in Nederland. Bovendien kwamen aparte instellingen voor slechthorenden ook in onderwijs- en opvoedkundig opzicht goed van pas. Het Instituut voor Doven in Sint Michielsgestel richtte zich immers voornamelijk op leerlingen die 'prelinguaal diep-doof' waren; kinderen die voordat ze hadden leren praten vrijwel niets meer konden horen. Slechthorende kinderen - die vaak ook over enige taalonwikkeling beschikken - dreigden daarmee buiten de boot te vallen of in ieder geval niet het onderwijs te krijgen dat het beste bij hen paste, Boven-
dien= aldus de motivatie van het hoofdbestuur - vormden slechthorenden eenbelemmering voor de 'echte doofstommen' in het klaslokaal onderwijs. De begeleiding van slechthorende kinderen vroeg dus om een gespeciali-
seerde aanpak.
De nieuwe inzicht resulteerde in 1949 in het Koninklijk Besluit ter gregeling van het Buitengewoon Lager Onderwijs. Gesteund door de overheid en dankzij de voortvarende aapak van Mgr van Overbeek, kwam in 1951 de oprichting tot stand van de eerste katholieke school voor slechthorenden; het Instituut Sint Marie in Eindhoven, onder leiding van de 'Zusters van de Choorstraat'. Het was bedoeling om na 1955 ook in Breda, Nijmegen, Amsterdam en Hoensbroek scholen voor slechthorenden op te richten. De meeste plannen verdwenen echter in de kast.
Foto 2. MARTINUS VAN BEEKSCHOOL.
In NIjmegen kwam het echter in 1959 wel tot een nieuwe instelling, namelijk de Martinus van Beekschool 'voor speciaal onderwijs aan slechthorenden en spraakgebrek-
kingen'. Ir. V. Peutz, de audioloog van de Radboudkliniek in Nijmegen werd benaderd door prof Willem Brinkman met het verzoek een school voor slechthorenden te stichten. Het betuur van het Instituut voor Doven onder-
steunde dit initiatief. Dat de nieuwe School de naam
'Martinus van Beek' kreeg ( naast de oprichter van het instituut in Sint Michielsgestel); was gezien de grote betrokkenheid niet verwonderlijk. De school maakte evenwel organistatorisch geen deel uit van het instituut, maar van de stichting Sint Jozefscholen.
Frans Decates werd benoemd tot de eerste directeur van de onderwijsinstelling. De Martinus van Beekschool startte in enkele lokalen van de noodschool van de Broeders van Maastricht. Deze noodschool, gelegen in Nijmegen-Oost was gebouwd na de desastreuze bombardement van Nijmegen in 1944. Amerikaanse bommenwerpers hadden Nijmegen toen per vergissing aangezien voor een Duitse stad en lieten hun bommen los. Het hart van de binnenstad werd vrijwel volledig verwoest, Inclusief het 17de eeuwse klooster van de broeders, waarin ook hun school was gevestigd.
Eind jaren 1950 konden de Broeders verhuizen vanuit de noodschool naar een nieuw schoolgebouw. De noodschool kwam beschikbaar voor andere doeleinden. Lang bleef deze niet leeg staan. De pas opgerichte Martinus van Beekschool betrok vijf lokalen en een ritmieklokaal voor muziek en beweging.
Spoedig groeide de school uit zijn jasje, zodat ook gebruik werd gemaakt van klaslokalen van twee nabij gelegen scholen en zelfs van een kleuterschool. De Martinus van Beekschool was verspreid over vier locaties, iet wat verre van ideaal was. Het duurde tot 1965 voordat alle voorzie-
iningen in een locatie werden samengebracht, namelijk in het schoolgebouw aan de Koolemans Beijnenstraat in Nijmegen. In datzelfde jaar werd de basis gelegd voor een nieuwe loot aan de zorgboom; de Mgr Terwindtstichting.
Foto 3. Zuster Josine Aarts.
OPRICHTING MGR TERWINDSTICHTING.
Midden jaren 1960 bestond er een steeds grotere behoefte van de opvang van slechthorende kinderen met bijkomende problemen. Zo kan er sprake zijn van een te geringe intelligentie of onaangepast sociaal en emotioneel gedrag, waardoor ze niet in een leergroep pasten. De bestaande scholen voor doven en slechthorenden bleken onvoldoende op deze kinderen ingesteld. In Nederland bestond er nog geen speciaal onderwijs voor deze categorie. Volgens het Instituut voor Doven was het hoog tijd dat daarin verandering kwam.
De toemalige directie nodigde in Oktober 1965 wederom de Nijmegense hoogleraar en KNO-arts Brinkman uit om eens van gedachten te wisselen over een school voor 'meervoudig gestoorde slechthorende kinderen' in Nijmegen. Prof Brinkman was hoofd van de KNO-afdeling van het St. Radboudziekenhuis. Tussen deze afdeling en het Instituut voor Doven bestonden van oudsher nauwe contacten, vooral op audilogisch gebied.
Naast prof Brinkman waren van het Instituut voor Doven aanwezig. Mgr Oomens )bestuurvoorzitter), Jan van Eijndhoven (adjunct-directeur en vanaf 1966 directeur), Antoine van Uden (afdeling rescarch) en Zuster Francesco (namens de Zusters van de Choorstraat). In dit gesprek werd nog eens benadrukt hoe noodzakelik een dergelijke school was. De regio Nijmegen had daarbij een grote voorkeur vanwege de nabijheid van het Academisch Ziekenhuis Sint Radboud met audiologisch centrum en universitair oorkeelkundige afdeling. Ook de geografische ligging in Oost-Nederland vormde een belangrijk argument
Professor Brinkman kon zich wel vinden in de motivatie van de heren Van Eijndhoven en Oomens. Hij zou mensen zoeken voor een bestuur, dat de schouders zou zetten onder de oprichting en exploitatie van de dergelijke school met internaat. Dit bestuur kwam vrij snel tot stand. De Zusters van Choorstraat wilden graag meewerken aan de personele invulling. Ook stelden zij een bedrag van F 300.00,- (circa Euro 136.000,-) beschikbaar als startkapi-
taal. Daarmee kwam de verwezenlijking van de nieuwe stichting steeds meer nabij.
Op 23 Februari 1966 werd de Mgr Terwindstichting officieel opgericht bij notaricle akte. De stichting had ten deel; 'de observatie, behandeling en verzorging in internaatsverband van meervoudig gestoorde, slechthorende kinderen; de oprichting en instandhouding van een school op Katholieke grondslag voor meervoudig gestoorde, slechthorende kinderen'
De naam van de nieuwe stichting was geen toeval. Net als bij de oprichting van de Martinus van Beekschool had ook hier het Instituut voor Doven in Sint Michielsgestel een initierende rol gespeeld. Vandaar dat er weer een naam werd gekozen van een oud-directeur van het Gestelse insituut. Nu een en ander meer vorm kreeg, begon de zoektocht naar een geschikte directeur voor de dagelijkse leiding. Die kandidaat liet niet lang op zich wachten. Zuster Josine Aarts was een van de Zusters van de Choorstraat met een leidinggevende functie. Zij was directrice in de Sint Maartenskliniek in Nijmegen. De Congregatie gaf haar vrijstelling om als directrice de nieuwe school voor slechthorende kinderen op te starten en te gaan leiden.
Mgr Johannes Bluyssen , na het overlijden van Mgr Bekkers bisschop van 's-Hertogenbosch verleende eind september 1966 toestemming om over te gaan tot oprichting van een R.K. School voor meervoudig gestoorde kinderen'. Op 15 November 1966 ging het werk van start.
Fot 4. EEN HUIS OP EEN BERG.
Het vinden van een goede locatie had veel voeten in de aarde gehad. De financiele middelen waren immers beperkt, zodat nieuwbouw niet in aanmerking kwam. Bovendien was de moeilijkheid dat er zowel plaats moetst zijn voor een school als voor een internaat. Vershillende mogelijkheden passeerden de revue, zoals Hotel Charlemagne in Malden, kasteel de Wijchert in Berg en Dal, een kloostertje in Winssen en het huis DE Wychert in Beek-Ubberbergen. Naast voldoende ruimte was de nabijheid van een kerk een belangerijk criterium.
De meeste locaties vielen af vanwege een te hoge prijs, een te afgelegen ligging of de slechte staat waarin een pand verkeerde. Na een uitvoerige selectie bleef Hotel Charlemagne over als meest geschikte locatie. Het lag langs de doorgaande weg van Malden naar Nijmegen. Dicht bij de universiteit en een kerk. De hotelfunctie was uitemate geschikt voor bewoning en de zalen voor onderwijs en ontspanning. De gemeenteraad van Heunen (waar Malden onder viel) was in principe akkoord.
Maar ' tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren', zoals de dichtregel luidt. Ook voor de stichting in oprichting verliep het niet allemaal van een leien dakje. De daadwerkelijkse uitvoering stuitte op te veel pratische problemen. Zo moest het bestemmingsplan worden gewijzigd van een horeca naar een onderwijs en zorgbestemming. Dit zou veel (kostbare) tijd vergen. Ondanks allerlei inspanningen over en weer, keurde de gemeente Heumen het plan voor de vestiging in Februari 1966 uiteindelijk toch af.
Het bestuur had daar al rekening mee gehouden en hield meer mogelijkheden achter de hand. Toen de besprek-
ingen met de gemeente Heumen steeds moeizamer verliepen, nam het bestuur alle locaties nog eens onder de loep. Het huis De Wylerberg kwam in beeld als het beste alternatief, al lag het nogal afgelegen. Het bestuur legde contact met het Ministerie van Cultuur, Maatschap-
pelijk Werk en R ecreatie, want het huis was eigendom van Staatsbosheer. Na maandenlange onderhandelingen over de voorwaarden ende huurprijs, kwam een huurovereenskomst tot stand. De instelling mocht het pand betrokken, als tenminste de gemeente Beek-Ubberbergen verder geen bezwaar had. Bij het eerste bezoek aan de burgemeester zei deze; ' Denk nu niet dat ik jullie met plezier heb zien komen. Een instituut als het uwe is een belasting voor een kleine gemeente.
Maar nu u er eenmaal bent, kunt u rekenen op mijn volle steun. Ik ben ervan overtuigd dat ook het gemeentebest-
uur en mijn medewerkers alle hulp zullen geven'. Aan de volle steun vanuit de gemeente zou het de komende jaren niet ontbreken.
Foto 5. LANDHUIS DE WYLERBERG.
De Wylerberg was een heuvelachtig landgoed van 1.000 hectare in de bossen nabij de plaatsen Wyler en Beek-Ubberbergen. Voor de Tweede Wereldoorlog was het Duitse grondgebied, maar daarna kwam het (bij wize van herstelbetaling) bij Nederland.
Het landgoed was in bezit van de puissant rijke Duitse familie Schuster. Een telg van deze familie, Marie Schuster besloot een landhuis te bouwen boven op de Wylerberg. Zij was een volgeling van de antroposofische leer van Rudolf Steiner. In 1920 gaf zij aan een leerling van steiner, de architect Otto Barling opdracht tot het ontwerp van een villa die volgens antroposofische uitgangspunten werd gebouwd. ' Natuurlijke vormen' waren daarbij de leidraad. Het resultaat was het landhuis ' De Wylerberg'.
Basis van het ontwerp is een kristalvorm. Alle assen van het huis komen samen in een centrum. De vertrekken zijn vif - zes of achthoekig of zijn voorzien van omamenten die daarnaar verwijzen. Alle kamers staan in verbinding met zonlicht en de plafonds zijn niet vlak, maar koepelvormig.
De muziekzaal op de benedenverdieping had een uit-
stekende akoestiek. Dat kwam de latere bewoonster, Alice Schuster goed van pas. Zij was zangeres en gaf regelmatig in kleine kring concertavonden. De Wylerberg kreeg daarmee het karakter van een cultureel centrum in de jaren 1960 besloot 'Frau Schuster' tot verkoop van het huis. Ze vertrok naar Zwisterland.
Het landhuis was de eerste locatie van de Mgr Terwindt-
stichting. School en internaat werden hier vanaf eind 1966 in een centrale locatie gevestigd. Het pand werd al snel te klein voor deze tweeledige functie, maar het internaat bleef er gehandhaafd tot de verhuizing in 1984 naar Dekkerswald.
Het Wylerberg-huis bestaat nog steeds. Hooggelegen in een schitterend natuurgebied biedt het tegenwoordig onderdak aan de vereniging Das en Boom en een vogel-
wacht. Wat een geluksvogels!.
Wordt Vervolgd Rene van der Veen.

Maak een Gratis Website met JouwWeb