Home » 172. Onderzoek en Internationale samenwerking (deel 1)

172. Onderzoek en Internationale samenwerking (deel 1)

1

2

3

4

5

6

7

Mijn dank aan Rene van der Veen

Reactie plaatsen

Reacties

Rene van der Veen.
9 jaar geleden

Foto 4 en 5 Nieuw dovenschool in Indonesie.
UITREIDING VAN TABORA IN TANZANIA.
Een tweede bekend dovenproject was de start van de dovenschool 'Shule ya Watoto Viziwi' in de Tanzaniaanse plaats Tabora in 1963, een inititief van de toenmalige directeur Johannes van Overbeek. De Zusters begonnen met zes kinderen. Vanwege zware en hevige regenval duurde de bouw van de dovenschool met internaat veel langer dan verwacht.'U zult wel begrijpen, dat het niet meevalt om in Afrika met een dovenschool te beginnen'. zo schreven de Zusters Immaculata en Claudia in De Vriend uit 1964. 'Het is een prachtige school geworden, maar de mensen hier begrijpen er niets van dat zulke gebouwen er voor dove kinderen en niet voor horende kinderen zijn gebouwd. Ik vind dat de regering van Tangabyika (Tanzania) veel dank is verschuldigd aan Mgr Van Overbeek en zijn helpers in Nederland en voor de resultaten, die wij hopen te bereiken. Er komen steeds meer kinderen.' Tegenwoordig herbergt de doveninstelling in Tabora een school. een internaat, een audiologisch centrum en een centrum voor beroepsopleidingen. Ongeveer 250 kinderen vinden er onderdak. Mede door de inzet van IVD kon dit Tanzaniaanse doveninstituut zich ontwikkelen en tot bloei komen.
'Dat is niet vanzelf gegaan' zegt instellingsdirecteur Pater Piet Bergmann in het RDS-jaarsverslag uit 2000. 'Eind jaren 1980 wilde de Tanzaniaanse regering graag dat de school werd uitgebreid, want veel dove kinderen hadden niet de mogelijkheid vlakbij huis goed onderwijs te krijgen.'
Daarom zocht en vond Pater Bergmann steun bij IVD. Gezamelijk werd besloten tot uitbtreiding van de voorzieningen en de bouw van een audiologisch centrum in 1995. Deze ontwikkelingen betekenden echter wel dat het onderwijsteam uitgebreid moest werden. Daarom hebben er ook een hulp gevraagd bij de opleiding op een instituut ,' Vanaf 1997 zendt de organisatie jaarlijks docenten uit Tanzania. Terwijl ze ontwikkelingen van dove kinderen volgen en ondersteunen, krijgen nieuwe docenten een indroductiecurcus met ruimte aandacht voor de onderwijspraktijk in het speciaal onderwijs.

Foto 6. Br Ludwin het bezig met de dove kinderen . Hij is de broer van Br Leo Speth.
AFZIEN IN MALAWI.
Om een idee te geven van de moeilijkheden en ontbering-
en die de missiepaters ondervonden, volgens enkele citaten uit De Vriend van 1988 Broeder Leo Speth inter-
viewde zijn broer, broeder Ludwin. Deze had in Sint Michielsgestel een opleiding gevolgd voor het onderwijzen voor doven in Mua, een plaats midden in de rimboe van Malawi, startte hij een dovenschool.
Hoe houd je het er uit?. Och, daar denk ik niet aan; Ik ben er En de dove kinderen in dit arme land moeten geholpen worden. Ik ben steeds meer van ze gaan houden. Maar het is inderdaad geen kleine klus. Mijn medewerkers, zeven Afrikaanse onderwijzers en zes Afrikaanse Zusters zijn voor mij een grote steun. Het eten is rechttoe, rechtaan zonder franje. Soms eet ik dagenlange bruine bonen of mais met wat gekookte groente erbij. Fruit is er genoeg. Water moet je altijd koken, anders is het levensgevaarlijk. Geroosterde muizen doen mij nog steeds rillen, maar kroketten van geitenmaag kan nog net. Al kan ik nogal wat aan. Toch heb ik van tijd tot tijd diaree, ver-
oorzaakt door bedorven voedsel. Met deze hitte bederft eten snel. Wat ziektes betreft wordt je wel taai. Behalve voor malaria. Je ligt soms wel twee weken of meer met zeer hoge koorts op bed. En deze gaat met intenise hoofdpijn gepaard'
Verder het ongedierte in mijn vorige hutje wemelde het ervan ratten, muizen, slangen, schorpioenen en mieen.
En laatst ondekte ik een wilde katje in mijn 'paleis; Het hinderde me niet. Van de vleermuizen, ratten, en muizen werd ik 's nachts vaak wakker. als ze rond mijn muskietennet aan het verveten waren. Door de aanwezigheid van mijn katje verminderde het vruchtelijk gedoe. Enkele weken later hoorde ik 's morgens geroep en geschreeuw. Een slang van wel zes meter kroop door een gat boven mijn deur naar buiten. Een aantal mannen met messen en bijten ging het beest te lijf. Toen ze de slang openneden, ontekken ze mijn katje (1) waarvan ik gehecht was geraakt. Vertel eens iets over het werk met de dove kinderen?.
We zijn met 23 begonnen en nu zijn er al 48. Een enkele keer vraag ik mij wel eensaf, wat er van deze dove kinderen zou geworden zijn, als ze niet in Mua terecht waren gekomen. Ze zijn zo kwetsbaar. En aan de buitenkant kun je niet zien hoe ernstig hun handicap is.
Op school en internaat doen mijn Afrikaanse medewerkers het fantastich. De voertaal is Chichewa de taal die in malawi verstaan en gesproken wordt. Vanaf het begin is er een nauwe band geweest met het Instituut voor Doven te Sint Michielsgestel. Het gesprek is basis en uitgangsput van om onderwijs. De spreekmethode is een bijna vanzelfsprekende zaak. De mensen in de dorpen zijn er voor elkaar en daar hort het dove kind ook bij. En als de strijd om het dagelijks brood al zoveel vraagt, kun je je geen tolken veroorloven.

De foto 7. DE deelnemers bijeenkomst over de internationale opleidingen zie 173 2 deel
Rene van der Veen.

Rene van der Veen
9 jaar geleden

Lezers en Kijers, ONDERZOEK EN INTERNATIONALE SAMENWERKING. OVER DE GRENS.
Viataal is een nationale en internationaal expertsiscentrum Medewerkers verricten -letterlijk en figuurlijk - grensverleg-
gend onderzoek.Ze onderhouden goede contacten met collega-instellingen en onderzoeksventra voor de uitwisseling van kennis en vaardigheden. Bovendien heet Viataal bijgedragen aan de oprichting van doven en slecht-
horenden-scholen in het buitenland. Ook deelname aan internationale congressen en werkbezoeken staan van oudsher op het programma. Van Afrika tot in her verre Oosten weten mensen de weg naar Viataal te vinden. En vice versa.
Foto 1. Hoogwaardigheidsbekleders en priesters uit Afrika brachten een bezoek aan het Instituut voor Doven..

Viataal heeft een langetraditie in de ondersteuning van
buitenlandse instellingen voor doven en slechthorenden, in het bijzonder in ontwikkrlingslanden. Deze internationale orientatie heeft haar oorsprong in hef missiewerk. Voor de Tweede Wereldoorlog had het Instituut enkel 'missie-
kinderen' opgenomen uit de toenmalige Nederlandse Kolonien suriname, de Nederlandse Antillen en Indie.
Want, aldus De Vriend uit 1938: Gods Zoon kwam voor het heil van alle menschen, van alle volkeren ter wereld.
Sint Michielsgestel ligt niet in de Missielanden, maar het werk is toch het werk voor missiekinderen, die zonder dit werk moet tot de kennis van het Opperwezen, van hun eeuwige bestemming, en van de andere waarheden van het Heilige Geloof, ook nooit tot het ontvangen der Heilige Sacramenten zouden zijn gekomen.
Vanuit het instituut in Sint Michielsgestel werden regelma-
tig inzamelingen en collectes gehouden voor missieprojec-
ten. De Twee bekenden projecten staan hieronder kort beschreven.
Foto 2. Leerlingen met Zuster Alacoque.
WONOSOBO; de 'dochter' van Sint Michielsgestel.
De meest bekende buitenlandse activiteit is de in 1938 opgerichte dovenschool "Dene Upakara' in de Indonesi-
sche plaats Wonosobo. Op verzoek van het Instituut voor doven volgden vijf Zusters van de Choorstraat een opleiding in onderwijs en zorg aan doven, waarna zij naar Java vertrokken. Daar begonnen zij de eerste Katholieke dovenschool. Ze betrokken met enkele leerlingen een klein noodgebouw. Reeds een jaar na de start had de inwijding plaats van een nieuw, groot schoolgebouw, gefinancierd door het instituut in Sint Michielsgestel. Het was een zeer royaal opgezet conplex met een school, een internaat en diverse paviljoen. De bouwmaterialen waren van zo'n goede kwaliteit, dat het gebruik ondanks het ropisch klimaat nog steends in gebruik is.
Foto 3. Het instituut 'Dena Upakara'
Tijdens de Tweede Wereldoorlog, nadat het Nederlands-
Indische Leger in 1942 was verslagen door de Japanners. werd de dovenschool tijdelijk gesloten, De Zusters kregen echter toestemming om weer te beginnen, op voorwaarde dat de lessen niet meer in het Nederlands, maar in de Maleisische taal werden gegeven, Vanaf 1943 werden priesters en religieuzen opgesloten in een concentratiekamp. De Zusters van de dovenschool kregen enige tijd vrijstelling, maar moesten er in Maart 1945 ook aan geloven. Moeder Maria Alacoqune, de moeder Overste overleed de ontberingen niet. Zij sierf in het Jappenkamp aan dysenterie, enkele maanden voor de bevrijding in Augustus 1945. Zuster Geertruida de Wit haar op als moeder overste.
De dovenschool had de oorlog redelijk goed doorstaan. Maar tijdens de Indonesiche Onafhankelijkheidstrijd (1945-1949) scheelde het maar een haar, of Nederlandse jachtbommenerpers hadden de school vernietigd. De legerleiding dacht dat er zich Indonesische onafhankelijkheidstrijders verborgen hadden, Na enkele mitrailleursalvo's waarbij gelukkig niemand werd geraakt, sloegen de Zusters en de kinderen op de vlucht richting Sawa's. Gelukkig zagen de piloten even later hun vergissing in en staakten ze de aanval. Enkele dagen ont-
snapten ze weer aan een ramp/ toen een Indonesische solaat van het Republiekse leger opdracht had gekregen het gebouw plat te branden. Maar Moeder Geertruida verweerde zich ferm. 'Ons huis heeft de bijzondere bescherming van Sukarno (de leider van de republiekeinen en later de eerste president van Indoessie). Je hebt daar af te bliven!' De Zusters kregen even rspijt. Toen de solaat een jeep met Nederlandse Militairen aan zag komen, vluchtte hij weg....
Na de onafhankelijkheid van Indonesie in 1949 brak een nieuwe periode aan. Met de nodige tact en toewijding wisten de Zusters de school en het internaat in stand te houden en uit te breiden. waarbij zij vooral aan de belangen van de kinderen dachten. De school bouwde bij de Indonesische instanties en de bevolking een bijzonder goede naam op, wat onder meer bleek uit een bezoek van de Indonesische president Suhuarto9 de opvolger van Sukarno) en zijn echtgenote in 1973)
De Contacten met het Instituut voor Doven bleven door de jaren heen zeer hecht; 'Wonosobo is de dochter van het instituut in Sint Michielsgestel, zo heette het. Vanuit Nederland kwam zowel financiele als onderwijskundige steun. Medewrkers uit Wonosobo volgden opleidingen in ons land of werden regelmatig bijgeschoold door onderwijzers van het Instituut voor Doven. De Directeuren Jan van Overbeek en Jan van Eijndhoven bezochten de Indonesische dovenschool, waarbij de onderlinge banden verder werden aangehaald. Toen de school om gehoorapparatuur verlegen zat, vond dit verzoek onmiddelijk weerklank in Sint Michielsgestel.
Tegenwoordig zou bijna alle Nederlandse Zusters opgevolgd door Indonesische Zusters en leken. Op haar beurt heeft de instelling in Wonosobo inmiddels andere dovenschool in Indonesie opgericht, waarvan de medewerkers eerst in Wonosobo een opleiding volgden. Zo spreidt het werk dat in Sint Michielsgestel begon, zich steeds verder over de wereld uit.
Wordt vervolgd. Rene van der Veen.

Maak een Gratis Website met JouwWeb